Rummikub Roy

Tot op de dag van vandaag had Roy het te bont gemaakt. Maar daar kwam plots verandering in.

Wie ben ik dan? Zegt hij

Nu stond hij er alleen voor. Voor het eerst in zijn eigen geschiedenis was er niemand meer overgebleven, het jagen naar erkenning was voorbij. Roy de inmiddels 76 -jarige man die, elke dag, in het park zit in zijn rolstoel.

Opgeleid in het leger en drummer van keuze, was hij altijd diegene in de spotlights geweest. Het ene concert na het andere concert. Deze drummer had altijd wel een goede solo op de plank liggen. In het leger was hij tot sergeant geklommen en hij heeft meerdere soldaten mogen aansturen. Het was niet zijn beste werk geweest maar hij deed het. Niemand uit zijn peloton die hem ooit nog opzocht. Daar had hij het vroeger en tot op de dag van vandaag te bont voor gemaakt. Roy was niet diegene waar je bij hoefde aan te komen voor een compliment, een lief woord of hulp. Kleine notitie, wel als hij wat van je wilde dan kon je een compliment krijgen. Manipulatief, gemeen, niet geliefd dat zeiden zijn mede park-hangers over hem, die allemaal stuk voor stuk ook in het leger hadden gezeten.

Roy is Roy

Goed, Roy was Roy. Hij wist niet beter. Roy groeide op in Orleans in Frankrijk als derde kind van zijn moeder Jeanne en vader Pierre. Vader Pierre was de dominante man in huis, geen onvertogen woord werd er ooit gezegd. Roy heeft nooit anders geleerd dan knokken voor erkenning. Kon hij maar dat ene plekje opklimmen in zijn vaders gading dan was hij al een gelukkig klein jongetje geweest. Erkenning heeft hij nooit gekregen, klappen en scheldpartijen wel. Zijn oudere broers waren een fiks stuk ouder en toen Roy tien was al vertrokken naar het leger. Moeder Jeanne hield zich altijd aan de oppervlakte, geen warme liefdevolle vrouw. Onder het juk van Pierre hield ze zich vast aan de liefde voor God en het behagen van haar man. Roy leed vandaag de dag nog steeds onder zijn jeugd, maar kan door zijn koppigheid zijn karakter niet meer omdraaien.

Nooit niet boos

De groep in het park heeft hem inmiddels ook verlaten. Die zitten geamuseerd op een ander bankje dertig meter verderop. Mijn mopshond Truus schurkt tegen zijn been aan, kwispelt en kijkt hem blij aan. Gadverdamme, kutbeest spreekt Roy. Waarop ik moest lachen. Dit is Roy, altijd boos.

Ik vroeg aan Roy nu ik hem hier dagelijks aantrof waarom zo boos.Hij heeft altijd gestreden voor wat hij dacht dat goed was. Hij had altijd het juiste gedaan althans dat dacht hij. Lik op stuk, godverdomme altijd eerlijk, men wist wie Roy was. In de spotlights en uit de spotlights. Ik dacht dat ik altijd goed bezig was. Een korte tremor in zijn stem, maar er is niemand meer die tijd met me spendeert. Nou ja jij dan nu even, maar jij loopt ook door met die godsekolere drol van een hond zometeen. Ik kan er wel om lachen, Roy heeft gelijk, hem mee naar huis nemen doe ik inderdaad niet. Niemand niet.

Roy? Vraag ik. Ja WAT! zegt hij volledig pissig met bijna bloeddoorlopen ogen, er lijkt iets geknakt in zijn stem en ogen. Wat wil je nu dan! Is zijn antwoord terwijl hij naar de zestal mannen kijkt die voorheen zijn maten waren. Het is toch zo! Godverdomme tyfus vinketering, kijk ze zitten daar die oude bastaarden, te goed voor mij zeker? Te goed voor mij? Roy? Klere veteranen zijn het. Landlopers!

Mijn vraag kan ik niet stellen, want inmiddels volledig over de zeik schreeuwt hij er achteraan “Ik ben ook iemand, godverdomme” Wist je dat? Terwijl hij nog even zijn middelvinger laat zien aan zijn voormalig, nu kaatsende, vrienden.

Sirenes

Terwijl hij overstuur weg rijdt en naar achter kijkt of mijn mopshond niet tussen zijn wielen zit steekt hij zonder te kijken de weg over. Het mocht een zebrapad zijn maar een SUV ziet hem te laat en schept hem als een Italiaans bolletje ijs op en sleurt Roy nog zeven meter mee. De stilte die volgde was weerzinwekkend, ijskoud. Het harde metaal van de rolstoel sloeg hard tegen de auto en liet op de motorkap een flinke deuk achter. Een wiel landt in een bloembed met violen. De bestuurder is totaal van slag, zoals elke bestuurder zou zijn.

Inmiddels zijn de sirenes met schelle klanken in de buurt. Met een trillende blik neem ik een reanimatie in mij op die door de politie wordt gedaan en hoop ik op het beste. Verder kon ik niks meer doen dan me schuldig voelen omdat ik hem overstuur had gemaakt, althans zo voelde het. Roy wordt op een brancard verder verzorgd. Truus de Mops en ik lopen na een half uur met lood en drie kilo zand in de benen terug naar huis.

Zes maanden

Na een zestal maanden, ga ik op bezoek bij Roy nadat ik heb gehoord dat hij boven Jan was gekomen en nu aan het revalideren is. Al die tijd heb ik me rot gevoeld over het laatste gesprek wat ik voerde met hem.

De verpleegkundige loopt na aanmelden met me mee en vertelt me dat het een zwaar proces is waar Roy in is beland. Maanden van leren praten en leren articuleren. Zichzelf kenbaar moeten maken en dat niet kon, de frustratie die dat gaf, ik ken Roy … dat moet moeilijk geweest zijn dacht ik. Voor elke betrokkene. Hij heeft ernstig hersenletsel opgelopen zei ze. Het wordt mij daarna heel even teveel, we lopen naar de koffie automaat.

De eenzame man met zoveel boosheid in zich. Kreeg na een verschrikkelijk rotleven er een zowaar nog erger ongeluk bovenop. Verloor alles, iedereen en ook nog zijn eigen waardigheid en zijn brein. De verpleegkundige loopt met me mee nadat ze me voorbereid had op wat ik aan zou kunnen treffen. Het zou zomaar kunnen zijn dat je hem niet meer herkend Anna, zei ze strak kijkend naar de stoel waar hij in zat.

Oude zeiksnor

Daar zat de oude zeiksnor uit het park. Aan een tafel, omringd door een club mensen. Hij speelde Rummikub en zwaaide spastisch en ongecontroleerd maar uitbundig toen hij me aan zag komen. Roy, de getergde oud-militair was veranderd in een sociaal plezier makend mens. Een Rummikub koning naar het scheen. Met een kop koffie in mijn hand ging ik naast hem zitten. Hij gaf me een kusje op mijn wang, en het steentje met de lachende joker. Ik keek hem aan in zijn, wat leek op nieuw aangeschafte glimmende poppenoogjes. Ben je gelukkig Roy?” Hij sprak zachtjes, ongearticuleerd maar met een kleine giebel terwijl hij mijn hand pakte, …. rummikub….

2 thoughts on “Rummikub Roy

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *